Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 14 mei 2013, nr. BK-11/00801, betreffende een verzoek om teruggaaf van inkomstenbelasting over het tijdvak 1998 tot en met 2000.
Hoge Raad
In deze zaak heeft belanghebbende cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende een verzoek om teruggaaf van inkomstenbelasting over de jaren 1998 tot en met 2000.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld op ontvankelijkheid en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 18 oktober 2013 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren C. Schaap, P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan kans van slagen.