Uitspraak
,nummer 23/001547-97
,ingediend door mr. D.E. Wiersum, advocaat te Amsterdam
,namens:
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
15 oktober 2013.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin de aanvrager was veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens meervoudige verkrachting.
De aanvraag was gebaseerd op een forensisch linguïstisch rapport van de Vrije Universiteit Amsterdam, waarin werd gesteld dat nader onderzoek naar linguïstische aspecten gerede twijfel over de geloofwaardigheid van een van de betrokkenen zou kunnen doen ontstaan.
De Hoge Raad oordeelde dat de enkele aanbeveling tot nader onderzoek in het rapport geen nieuw gegeven oplevert zoals vereist onder art. 457 lid 1 sub c Sv Pro, dat een ernstig vermoeden moet wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag of minder zware straf zou leiden.
Daarom werd de aanvraag tot herziening als kennelijk ongegrond afgewezen en bleef de veroordeling in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens ontbreken van een nieuw voldoende gegeven.