Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het derde middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
15 oktober 2013.
Hoge Raad
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin hij was veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertien jaren. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, maar stelde voor om de strafduur te verminderen wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad beoordeelde de middelen en verwierp het eerste en derde middel zonder nadere motivering. Het tweede middel, dat klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, werd gegrond verklaard. De stukken waren te laat door het hof ingezonden, en de cassatieprocedure duurde meer dan zestien maanden terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef.
Gelet op artikel 6, eerste lid, EVRM achtte de Hoge Raad de termijnoverschrijding voldoende reden om de opgelegde gevangenisstraf te verminderen. De straf werd daarom verminderd van veertien jaar naar dertien jaar en zes maanden. Voor het overige werd het beroep verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van veertien jaar naar dertien jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.