Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
15 oktober 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot overname van de tenuitvoerlegging van een in Frankrijk opgelegde gevangenisstraf van drie jaar wegens een grote hoeveelheid cannabis. De veroordeelde had voorafgaand aan zijn uitlevering in Nederland voorlopige hechtenis doorgebracht van 9 september 2009 tot 27 november 2009. De rechtbank had deze periode niet in mindering gebracht op de opgelegde straf, omdat zij oordeelde dat niet was vastgesteld dat deze voorlopige hechtenis betrekking had op hetzelfde feitencomplex als de Franse veroordeling.
De Hoge Raad overweegt dat op grond van het Verdrag inzake overbrenging van gevonniste personen (VOGP) en de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) de tijd die een veroordeelde voorafgaand aan uitlevering in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in Nederland, in mindering moet worden gebracht op de buitenlandse straf indien hetzelfde feitencomplex ten grondslag ligt aan beide detenties. De rechtbank heeft nagelaten dit nader te onderzoeken.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden vonnis voor zover het de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor hernieuwde beoordeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis voor zover de voorlopige hechtenis niet in mindering is gebracht en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.