Uitspraak
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 15 maart 2013, nr. 12/05116, ECLI:NL:HR:BZ4453.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van een eerder arrest. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Dit griffierecht is niet tijdig betaald. Vervolgens heeft de griffier belanghebbende in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. De door belanghebbende aangevoerde redenen in de brief van 15 augustus 2013 werden niet voldoende geacht om het verzuim te rechtvaardigen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, verklaart de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Er zijn geen gronden voor een veroordeling in de proceskosten. Het door belanghebbende betaalde griffierecht van €118 wordt teruggegeven.
De uitspraak is gedaan door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2013.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.