Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
8 oktober 2013.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld voor medeplegen van oplichting met betrekking tot de levering van natuursteen aan een bedrijf in Hengelo. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op verklaringen van getuigen, proces-verbalen van verhoren, fotoconfrontaties en andere bewijsmiddelen. De verdachte zou samen met anderen zich valselijk hebben voorgedaan als koper en goederen hebben verkregen zonder betaling.
De verdediging voerde aan dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd, met name ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte bij het medeplegen van het feit. De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring niet kon worden afgeleid uit de bewijsvoering dat verdachte samen met anderen de oplichting heeft gepleegd. Hierdoor ontbrak de eis der wetmatige motivering.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. De overige middelen werden niet behandeld. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 8 oktober 2013.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.