Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
8 oktober 2013.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 juni 2012. De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie ingediend, maar de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en daarmee het arrest van het Gerechtshof bevestigd. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren J. de Hullu, W.F. Groos en Y. Buruma op 8 oktober 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.