ECLI:NL:HR:2013:83

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 juni 2013
Publicatiedatum
9 juli 2013
Zaaknummer
12/05325
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in parkeerbelastingzaak

In deze zaak heeft belanghebbende, een besloten vennootschap, beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank te ’s-Gravenhage inzake een parkeerbelastingaanslag. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid.

De Hoge Raad concludeert dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.

Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.W.C. Feteris en Th. Groeneveld, en is op 28 juni 2013 in het openbaar uitgesproken. Hiermee komt een einde aan de procedure in cassatie tegen de uitspraak van 8 oktober 2012 van de rechtbank te ’s-Gravenhage.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.

Uitspraak

28 juni 2013
nr. 12/05325
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] ltd.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank te ’s-Gravenhagevan 8 oktober 2012, nr. AWB 12/2775, betreffende een aanslag in de parkeerbelasting, nr. [001].

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2013.