ECLI:NL:HR:2013:821

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 oktober 2013
Publicatiedatum
1 oktober 2013
Zaaknummer
11/04481
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof Arnhem in strafzaak

Op 1 oktober 2013 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 23 september 2011 in een strafzaak tegen verdachte.

Het cassatieberoep is ingesteld door verdachte en vertegenwoordigd door advocaten mr. G.A. Jansen en mr. Th.O.M. Dieben. De waarnemend Advocaat-Generaal N. Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat, gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering nodig is omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom wordt het beroep verworpen en blijft het arrest van het Gerechtshof Arnhem in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem blijft in stand.

Uitspraak

1 oktober 2013
Strafkamer
nr. 11/04481
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 23 september 2011, nummer 21/002930-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.A. Jansen en mr. Th.O.M. Dieben, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal N. Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 oktober 2013.