Uitspraak
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
27 september 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek van een man en een vrouw tot toelating tot de schuldsanering natuurlijke personen (WSNP). De rechtbank 's-Gravenhage wees het verzoek af, hetgeen door het gerechtshof Den Haag werd bekrachtigd. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.
Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het beroep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat het verzoek tot toelating tot de WSNP terecht was afgewezen. Het arrest werd in openbaar uitgesproken door de vice-president van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de WSNP wordt afgewezen.