Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste middel
5.Beoordeling van de middelen voor het overige
6.Slotsom
7.Beslissing
24 september 2013.
Hoge Raad
Op 20 augustus 2009 werd verdachte, werkzaam als cateringmedewerker bij KLM Catering Services op Schiphol, betrapt met een pakket cocaïne dat hij onder zijn kleding droeg. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte opzettelijk cocaïne het Nederlandse grondgebied had binnengebracht.
De bewijsvoering berustte op verklaringen van beveiligingsmedewerkers, camerabeelden, en deskundigenrapporten van het Douane Laboratorium. Verdachte weigerde mee te werken aan een controle en verstopte het pakket in een prullenbak in de kleedkamer. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewezenverklaring met voldoende nauwkeurigheid had gemotiveerd.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden, omdat de stukken te laat waren ingediend en de uitspraak meer dan twee jaar na het cassatieberoep volgde. Dit leidde tot vermindering van de straf met acht maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend inzake de strafmaat en stelde de straf vast op zeven maanden en drie weken gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot zeven maanden en drie weken, waarvan twee maanden voorwaardelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn.