Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:720

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2013
Publicatiedatum
20 september 2013
Zaaknummer
12/04044
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt weigering wijziging ingangsdatum partneralimentatie

In deze zaak stond de vraag centraal of de ingangsdatum van een wijziging van partneralimentatie aangepast kon worden. De vrouw had beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag, dat een eerdere beschikking van de rechtbank bevestigde. De man stelde voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in. De Hoge Raad verwees naar de eerdere uitspraken van rechtbank en hof en concludeerde dat de aangevoerde klachten onvoldoende waren om tot cassatie te leiden.

De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten. Daarom werd het cassatieberoep verworpen en het incidentele beroep niet behandeld.

De uitspraak bevestigt de rechtspraak omtrent de wijziging van de ingangsdatum van partneralimentatie en benadrukt het belang van zorgvuldige beoordeling in feitelijke instanties. De beslissing werd uitgesproken door raadsheren Streefkerk, Drion, de Groot en Loth.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking over de ingangsdatum van partneralimentatie.

Uitspraak

20 september 2013
Eerste Kamer
nr. 12/04044
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.F.M. van Weegberg,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.E. Bruning.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 388481/FA RK 11-1621 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 20 september 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.099.133/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 23 mei 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De man heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest, het aanvullend cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
20 september 2013.