In deze zaak stond de vraag centraal of sprake was van een huurovereenkomst of een huurkoopovereenkomst met betrekking tot een appartement. De zaak betrof een vordering tot betaling van achterstallige huur en ontruiming.
De procedure begon bij het gerecht in eerste aanleg van Curaçao, waarna het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitspraak deed. Tegen het vonnis van het hof stelde de verzoeker cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en concludeert dat de klachten van verzoeker niet leiden tot cassatie. De klachten behoeven geen nadere motivering omdat zij niet relevant zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt verzoeker in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn vastgesteld aan de zijde van verweerster.