Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Arnhemvan 6 november 2012, nr. 11/00732, betreffende een naheffingsaanslag in de accijns en een naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen opgelegd voor accijns en omzetbelasting over de periode januari 2003 tot maart 2004. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken, maar handhaafde de rechtsgevolgen en kende een immateriële schadevergoeding toe. Het hof bevestigde deze uitspraak.
Belanghebbende was betrokken in een strafrechtelijk onderzoek naar het bezit van onveraccijnsde sigaretten, waarbij hij een bekennende verklaring aflegde, maar deze later introk. Er werd geen strafvervolging ingesteld. In cassatie stelde belanghebbende dat het Salduz-arrest van het EHRM van toepassing was, omdat hij als verdachte was gehoord zonder rechtsbijstand.
De Hoge Raad overwoog dat het Salduz-arrest niet van toepassing is indien de bewijslevering zich niet uitstrekt tot boetes, zoals hier het geval was. Het hof had terecht geoordeeld dat belanghebbende niet als verdachte was aangehouden door de FIOD en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die tot een andere conclusie leidden. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard omdat het Salduz-arrest niet van toepassing is op bewijslevering zonder boetes.