ECLI:NL:HR:2013:496

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 augustus 2013
Publicatiedatum
27 augustus 2013
Zaaknummer
11/03033
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 411 SvArt. 413 SvArt. 588a SvArt. 590 SvArt. 440 Sv
Verwijzingen
10 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens niet-naleving dagvaardingstermijn en schorsingsplicht

In deze zaak stond centraal of het hof het onderzoek ter terechtzitting terecht had voortgezet nadat verstek was verleend tegen de verdachte die niet was verschenen. Volgens art. 588a Sv moet een afschrift van de dagvaarding aan een adres worden toegezonden waarbij de termijn voor dagvaarding in acht moet worden genomen. In dit geval was de termijn van tien dagen niet gerespecteerd.

De stukken van het geding bevatten geen aanwijzing dat de termijnverkorting met toestemming van de verdachte had plaatsgevonden of dat een uitzondering van art. 590, derde lid, Sv van toepassing was. De verdachte was niet verschenen op de terechtzitting. Het hof had daarom het onderzoek moeten schorsen in plaats van voortzetten.

Het voortzetten van het onderzoek ondanks dit verzuim wordt gezien als een ernstige schending van de behoorlijke procesorde, waardoor het onderzoek nietig is en de uitspraak vernietigd moet worden. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens niet-naleving van de dagvaardingstermijn en het voortzetten van het onderzoek zonder schorsing na verstek.

Uitspraak

27 augustus 2013
Strafkamer
nr. 11/03033
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 juni 2011, nummer 23/003065-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Haarlem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1.
Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 590, derde lid, Sv het onderzoek ter terechtzitting niet heeft geschorst, maar het onderzoek heeft voortgezet nadat verstek tegen de verdachte was verleend.
2.2.
Voor de inhoud van de stukken van het geding wordt verwezen naar hetgeen is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal in 4.2.
2.3.
Ingevolge art. 588a, eerste lid, Sv wordt een afschrift van de dagvaarding of oproeping van de verdachte om op de terechtzitting te verschijnen toegezonden aan een in die bepaling genoemd adres waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Daarbij dient, zoals in art. 588a, vierde lid, Sv is bepaald, de voor de dagvaarding of oproeping geldende termijn in acht te worden genomen. Indien aan deze verzendplicht niet of niet tijdig is voldaan, beveelt de rechter op de voet van art. 590, derde lid, Sv de schorsing van het onderzoek ter terechtzitting tenzij zich een van de in dat artikellid genoemde omstandigheden voordoet.
2.4.
Uit de stukken van het geding blijkt dat op 15 juni 2011 een afschrift van de oproeping om te verschijnen op de terechtzitting van het Hof van 20 juni 2011 is toegezonden aan het door de verdachte bij zijn eerste verhoor op 11 augustus 2009 opgegeven postadres, dat moet worden aangemerkt als een adres als bedoeld in art. 588a, eerste lid aanhef onder a, Sv. De in art. 413, eerste lid eerste volzin, Sv - ook voor behandeling in hoger beroep door een enkelvoudige kamer van het Hof als bedoeld in art. 411, tweede lid, Sv - voorgeschreven termijn van tien dagen is daarbij evenwel niet in acht genomen.
2.5.
Nu de stukken van het geding niets inhouden waaruit zou kunnen volgen dat de verkorting van de termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van de verdachte of dat zich een van de in art. 590, derde lid, Sv genoemde omstandigheden heeft voorgedaan, en blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting de verdachte daar niet is verschenen, had het Hof het onderzoek ter terechtzitting op grond van art. 590, derde lid, Sv dienen te schorsen. Het Hof heeft het onderzoek ter terechtzitting echter voortgezet nadat verstek tegen de niet verschenen verdachte was verleend. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak oplevert.
2.6.
Het middel is terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op
27 augustus 2013.