Uitspraak
1..Geding in cassatie
2..Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
27 augustus 2013.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).
De Hoge Raad heeft vervolgens het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom heeft de Hoge Raad, na het horen van de Procureur-Generaal, het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 27 augustus 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad.