Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
25 juni 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem dat hem schuldig achtte aan een gewapende overval op een supermarkt waarbij circa €35.000,- en buskaarten werden buitgemaakt. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op telefoongesprekken, getuigenverklaringen en vondsten van geld in de woning van de grootmoeder van verdachte.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de bewezenverklaring voldoende heeft gemotiveerd en dat het gebruik van verklaringen van getuigen en verbalisanten, ondanks enkele gissingen, niet tot cassatie kan leiden. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en vermindert de gevangenisstraf met twee jaar en vier maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen, zodat de bewezenverklaring en overige beslissingen van het hof in stand blijven.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd met twee jaar en vier maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.