Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:2140

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2013
Publicatiedatum
20 december 2013
Zaaknummer
13/04029
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 351 FwArt. 355 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep schuldeiser tegen beëindiging schuldsanering met schone lei

In deze zaak betrof het een hoger beroep van een schuldeiser tegen de beëindiging van de schuldsanering met verlening van de schone lei. De schuldeiser had het beroep ingesteld bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, maar vulde de beroepsgronden niet binnen de daarvoor gestelde bekwame termijn aan.

De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank Limburg en het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch als onderliggende beslissingen. Het cassatieberoep werd ingesteld bij verzoekschrift van 15 augustus 2013 en een aanvullend verzoekschrift van 30 augustus 2013. De wederpartij, de schuldenaar, heeft geen verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering nodig omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Drion en in het openbaar uitgesproken door Loth op 20 december 2013.

Uitkomst: Het hoger beroep van de schuldeiser tegen de beëindiging van de schuldsanering met verlening van de schone lei is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

20 december 2013
Eerste Kamer
nr. 13/04029
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/03/09/199 R van de rechtbank Limburg van 7 mei 2013;
b. het arrest in de zaak HV 200.127.139/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 augustus 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld bij verzoekschrift tot cassatie van 15 augustus 2013 alsmede bij aanvullend verzoekschrift respectievelijk zelfstandig verzoekschrift van 30 augustus 2013. Beide cassatierekesten zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
20 december 2013.