Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
20 december 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak betrof het een hoger beroep van een schuldeiser tegen de beëindiging van de schuldsanering met verlening van de schone lei. De schuldeiser had het beroep ingesteld bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, maar vulde de beroepsgronden niet binnen de daarvoor gestelde bekwame termijn aan.
De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank Limburg en het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch als onderliggende beslissingen. Het cassatieberoep werd ingesteld bij verzoekschrift van 15 augustus 2013 en een aanvullend verzoekschrift van 30 augustus 2013. De wederpartij, de schuldenaar, heeft geen verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering nodig omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Drion en in het openbaar uitgesproken door Loth op 20 december 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep van de schuldeiser tegen de beëindiging van de schuldsanering met verlening van de schone lei is niet-ontvankelijk verklaard.