Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Rotterdam,
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
gedeeltelijkarbeidsongeschikt is geworden."
In het hiervoor in 3.2.1 geciteerde oordeel van het hof in de hoofdzaak ligt immers de vaststelling van dit uitgangspunt besloten, zodat het hof in de schadestaatprocedure daaraan was gebonden.
De gedingstukken laten geen andere conclusie toe dan dat de schade wegens het verlies van verdienvermogen over de periode tot en met 19 april 1999 in dit geval moet worden begroot door een vergelijking te maken tussen de begroting van het verlies van verdienvermogen door de rechtbank (rov. 4.2 hierna) en die van het hof (rov. 4.3 hierna), waaruit de verschillen over de jaren 1995-1998 (rov. 4.4 hierna) en over 1999 (rov. 4.5 hierna) zijn af te leiden. Daaruit volgen de nog te nemen beslissingen (rov. 4.6-4.7 hierna).
5.Beslissing
20 december 2013.