ECLI:NL:HR:2013:2134

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2013
Publicatiedatum
19 december 2013
Zaaknummer
13/00683
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:13 BWArt. 3:268 lid 1 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling misbruik van bevoegdheid tot parate executie bij uitleg hypotheekakte

In deze zaak stond de uitleg van een hypotheekakte en de vraag of er sprake was van misbruik van bevoegdheid tot parate executie centraal. Eiseres had beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat een geschil over de executie van een hypotheekakte behandelde.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de zaak en stelt vast dat de klachten van eiseres in cassatie niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die relevant zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom wordt het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering.

De Hoge Raad bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof en veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van verweerder nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Loth en Polak en in het openbaar uitgesproken door Loth.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

20 december 2013
Eerste Kamer
nr. 13/00683
EE/NH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 526181/KG ZA 12-1276 HJ/KR van de voorzieningenrechter te Amsterdam van 18 oktober 2012;
b. het arrest in de zaak 200.115.992/01 SKG van het gerechtshof te Amsterdam van 26 november 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 5 december 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.A. Loth en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
20 december 2013.