Uitspraak
gevestigd te Rotterdam,
gevestigd te Moskou, Russische Federatie,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
In 1999 zijn de merkrechten door een private onderneming verkocht aan Spirits. In geschil is of sprake is geweest van een rechtsgeldige verkrijging door Spirits. Onderdeel van het geschil is of de staatsonderneming die de merkrechten heeft gedeponeerd indertijd rechtsgeldig is geprivatiseerd in een rechtsvoorgangster van de private onderneming die de merkrechten aan Spirits heeft verkocht.
VO-merkrechten. Op 20 oktober 1999 heeft ZAO bij afzonderlijke overeenkomst (onder meer) de VO-merkrechten overgedragen aan Spirits.
art. 3:296 BW Pro de merken kan terugvorderen, dat geen sprake is van verjaring van het beroep van FKP op de afwezigheid van een rechtsgeldige transformatie/privatisering, dat FKP niet haar recht heeft verwerkt om een beroep te doen op het ontbreken van goede trouw van Spirits bij de merkoverdracht en dat de bewering op de etiketten van Spirits dat haar wodka afkomstig is uit Rusland misleidende reclame betreft over de geografische herkomst ervan.
(rov. 7.3). Wel is de deelname vereist van de houder van de eerdere merkinschrijving, maar dat is FKP indien komt vast te staan dat zij rechthebbende is op de VO-merken (rov. 7.4).
(Lindt & Sprüngli), punten 37 en 38, volgt dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van merkenrechtelijke kwade trouw, acht moet worden geslagen op de omstandigheden van het concrete geval, en dat onder omstandigheden ook van kwade trouw sprake kan zijn als de aanvrager niet weet, maar wel behoort te weten dat een derde tot het merk gerechtigd is.
4.Beslissing
20 december 2013.