ECLI:NL:HR:2013:2053

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2013
Publicatiedatum
18 december 2013
Zaaknummer
13/00449
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in geschil over samenwerkingsovereenkomst en redelijkheid en billijkheid

Direct Verenigde Bedrijven B.V. (DVB) vorderde nakoming van een samenwerkingsovereenkomst tegen De Raadslijn Nederland B.V. De rechtbank Arnhem en het gerechtshof Arnhem wezen de vorderingen af. DVB stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De kern van het geschil betrof de vraag of de vordering tot nakoming van de samenwerkingsovereenkomst in strijd was met de redelijkheid en billijkheid en of er sprake was van wetenschap van vertegenwoordigingsonbevoegdheid. De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten en stelde vast dat de klachten van DVB geen aanleiding gaven tot cassatie.

De advocaat-generaal had geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen, hetgeen de Hoge Raad volgde. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten en wees het beroep af. DVB werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, terwijl De Raadslijn niet in persoon was verschenen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt Direct Verenigde Bedrijven B.V. in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

20 december 2013
Eerste Kamer
nr. 13/00449
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DIRECT VERENIGDE BEDRIJVEN B.V.,
gevestigd te Arnhem,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.M. Wagemakers,
t e g e n
DE RAADSLIJN NEDERLAND B.V.,
statutair gevestigd te Hoofddorp, kantoorhoudende te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als DVB en De Raadslijn.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 199818/HA ZA 10-847 van de rechtbank Arnhem van 10 maart 2010, 2 juni 2010 en 16 februari 2011;
b. de arresten in de zaak 200.088.627 van het gerechtshof te Arnhem van 7 februari 2012 en 28 augustus 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 28 augustus 2012 heeft DVB beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen De Raadslijn is verstek verleend.
De zaak is voor DVB toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van DVB heeft bij brief van 4 november 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt DVB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Raadslijn begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
20 december 2013.