Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beslissing
17 december 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De verdachte klaagt dat het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof niet overeenkomstig art. 327 Sv Pro is vastgesteld en ondertekend, waardoor het onderzoek en het arrest nietig zouden zijn.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Naar aanleiding van de klacht over het proces-verbaal heeft de Advocaat-Generaal zich tot de voorzitter van het Hof gewend, waarna aanvullende stukken aan de Hoge Raad zijn toegezonden.
De Hoge Raad bepaalt dat de raadsman van verdachte de gelegenheid moet krijgen om kennis te nemen van deze nagezonden stukken en zich daarover schriftelijk uit te laten binnen twee weken. De verdere beslissing in de cassatie wordt aangehouden totdat deze reactie is ontvangen.
Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 17 december 2013.
Uitkomst: De raadsman van verdachte krijgt twee weken om zich schriftelijk uit te laten over nagezonden stukken; verdere beslissing wordt aangehouden.