Belanghebbende, een Britse onderneming, werd uitgenodigd tot betaling van douanerechten wegens onjuiste oorsprongsverklaring van geïmporteerde knoflook, die volgens douaneonderzoek uit China bleek te komen in plaats van Pakistan. Het bewijs bestond uit laboratoriumonderzoek door een Amerikaans laboratorium, waarvan de volledige gegevens niet openbaar werden gemaakt vanwege 'law enforcement sensitive information'.
De rechtbanken verwierpen het beroep van belanghebbende en oordeelden dat het bewijs betrouwbaar was, ondanks het ontbreken van volledige openbaarheid. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat zonder volledige inzage in het bewijsmateriaal en de mogelijkheid tot contra-expertise haar rechten van verdediging werden geschonden.
De Hoge Raad stelde vast dat de douaneautoriteiten vrij zijn in de keuze van bewijsmiddelen, maar dat het Handvest van de EU vereist dat belanghebbende kennis kan nemen van de gronden van het besluit om zijn verdediging effectief te kunnen voeren. De Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de toelaatbaarheid van bewijs waarvan de onderliggende gegevens niet volledig worden vrijgegeven en over de verplichtingen van de douane om medewerking te verlenen aan contra-expertise.