Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
13 december 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch waarin haar toelatingsverzoek tot de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. De Procureur-Generaal stelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 RO, omdat verzoekster onvoldoende belang had bij de behandeling van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft het standpunt van de Procureur-Generaal gevolgd en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat verzoekster klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a lid 1 RO heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof ongewijzigd en wordt het toelatingsverzoek tot de schuldsaneringsregeling definitief afgewezen.
De uitspraak is gedaan door de raadsheren Streefkerk, Snijders, Polak en in het openbaar uitgesproken door Loth op 13 december 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang van verzoekster.