Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:1940

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2013
Publicatiedatum
13 december 2013
Zaaknummer
13/04416
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 285 lid 1 aanhef en onder a FwArt. 285 lid 1 aanhef en onder f FwArt. 288 lid 1 aanhef en onder b Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing toelatingsverzoek WSNP wegens ontbreken deugdelijke schuldenopgave en goede trouw

De zaak betreft een verzoeker die toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) heeft aangevraagd. Zowel de rechtbank Zeeland-West-Brabant als het gerechtshof ’s-Hertogenbosch hebben het verzoek afgewezen. De afwijzing berust op het ontbreken van een deugdelijke opgave van schulden en het niet aantonen van een poging tot minnelijke regeling, zoals vereist in artikel 285 lid 1 aanhef Pro en onder a en f van de Faillissementswet (Fw).

Daarnaast werd geoordeeld dat de verzoeker niet te goeder trouw was met betrekking tot het ontstaan en het onbetaald laten van schulden, zoals bedoeld in artikel 288 lid 1 aanhef Pro en onder b Fw. De verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd. Het arrest bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en onderstreept het belang van een volledige en juiste schuldenopgave en goede trouw bij het aanvragen van toelating tot de WSNP.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren van de Hoge Raad op 13 december 2013 en is van belang voor de toepassing van de Faillissementswet in het kader van schuldsanering.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het toelatingsverzoek tot de WSNP afgewezen.

Uitspraak

13 december 2013
Eerste Kamer
nr. 13/04416
LZ/NH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/02/259638/FT RK 13/239 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 27 juni 2013;
b. het arrest in de zaak HV 200.129.848/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 5 september 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 6 november 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
13 december 2013.