ECLI:NL:HR:2013:175

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
24 juli 2013
Zaaknummer
13/00576
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.A.C.A. Overgaauw
  • D.G. van Vliet
  • C.B. Bavinck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting

Belanghebbende was het niet eens met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2005 en 2006, en een aanslag over 2007. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen. De Rechtbank Arnhem vernietigde de uitspraken van de Inspecteur en verminderde de aanslagen. De Inspecteur ging in hoger beroep bij het Hof, dat de Rechtbank-uitspraak vernietigde en de aanslagen eveneens verminderde.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde diverse klachten aan. De Staatssecretaris van Financiën diende verweer. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en verklaarde het ongegrond, zonder proceskostenveroordeling. Hiermee bleef de uitspraak van het Hof in stand. Het arrest werd uitgesproken op 12 juli 2013 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

12 juli 2013
nr. 13/00576
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem - Leeuwardenvan 15 januari 2013, nrs. 12/00166, 12/00167 en 12/00168, betreffende (navorderings)aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende zijn over de jaren 2005 en 2006 navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd en voor het jaar 2007 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. De navorderingsaanslagen en de aanslag zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.
De Rechtbank te Arnhem (nrs. AWB 11/2197, 11/2198 en 11/2199) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur vernietigd en de navorderingsaanslagen en de aanslag verminderd.
De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, het beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur vernietigd en de navorderingsaanslagen en de aanslag verminderd.

2.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.

3.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2013.