ECLI:NL:HR:2013:1673

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2013
Publicatiedatum
6 december 2013
Zaaknummer
13/03471
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 lid 2 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen naheffingsaanslag loonheffingen

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een naheffingsaanslag in de loonheffingen. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep.

Uit de processtukken bleek dat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na verzending van het hofuitspraak was ingediend, maar pas na afloop van deze termijn bij de Hoge Raad was ontvangen. Ook was het beroep niet tijdig ingediend binnen de uitzonderingsbepalingen van de Algemene wet bestuursrecht.

De Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor de overschrijding van de termijn, maar hierop is geen reactie ontvangen. Gezien deze omstandigheden werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest werd uitgesproken in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier op 6 december 2013.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

6 december 2013
nr. 13/03471
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 15 mei 2013, nr. 12/00307, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van het Hof betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de loonheffingen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Blijkens een door de griffier van het Hof op de uitspraak van het Hof gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 16 mei 2013.
Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 16 juli 2013 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.
Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 27 juni 2013. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 27 augustus 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Belanghebbende heeft niet gereageerd.
Gelet op het hiervoor overwogene moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2013.