Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:1632

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2013
Publicatiedatum
5 december 2013
Zaaknummer
13/04682
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering schone lei in WSNP wegens niet nakomen sollicitatie- en informatieplicht

In deze zaak heeft verzoekster cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin haar verzoek om schone lei in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) werd geweigerd. De weigering was gebaseerd op het niet nakomen van de sollicitatieplicht en de informatieplicht die de WSNP aan schuldenaren oplegt.

De Procureur-Generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). Dit artikel bepaalt dat een cassatieberoep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden of de partij onvoldoende belang heeft.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Verzoekster heeft onvoldoende belang bij het cassatieberoep en de klachten zijn klaarblijkelijk niet ontvankelijk. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 6 december 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

6 december 2013
Eerste Kamer
nr. 13/04682
RM/NH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 09/10/329 R van de rechtbank Den Haag van 4 maart 2013;
b. het arrest in de zaak 200.123.211/01 van het gerechtshof Den Haag van 24 september 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid op de voet van art. 80a RO.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 28 oktober 2013 op dit standpunt gereageerd.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
6 december 2013.