ECLI:NL:HR:2013:1590

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2013
Publicatiedatum
5 december 2013
Zaaknummer
12/05803
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vermindering WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting

Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Houten voor het jaar 2010. De heffingsambtenaar handhaafde de beschikking en aanslagen, maar de rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, verminderde de waarde en de aanslagen en vernietigde de uitspraak van de heffingsambtenaar.

De gemeente stelde incidenteel hoger beroep in, maar het Gerechtshof Arnhem bevestigde het vonnis van de rechtbank. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad met meerdere klachten.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de vermindering van de WOZ-waarde en aanslag.

Uitspraak

6 december 2013
Nr. 12/05803
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Arnhemvan 20 november 2012, nr. 11/00799, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen.

1.Het geding in feitelijke instanties

Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q] voor het kalenderjaar 2010 vastgesteld. Aan belanghebbende zijn voor het jaar 2010 wegens het genot krachtens zakelijk recht en wegens het gebruik van de onroerende zaak op één aanslagbiljet verenigde aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Houten opgelegd naar de waarde vastgesteld bij voormelde beschikking.
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Houten (hierna: de heffingsambtenaar) bij in één geschrift vervatte uitspraken de beschikking en de aanslagen gehandhaafd.
De Rechtbank te Utrecht (nr. SBR 10/4267) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd, de waarde verminderd en de aanslagen verminderd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. De heffingsambtenaar heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.

2.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten heeft een verweerschrift ingediend.

3.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2013.