Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
3 december 2013.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of elektrische en elektronische huishoudelijke apparaten die in een container waren verzameld, konden worden aangemerkt als afvalstoffen in de zin van de EG-verordening nr. 1013/2006 en de Wet milieubeheer. De verdachte werd vrijgesproken door het hof omdat het hof oordeelde dat de container voornamelijk (nagenoeg) nieuwe producten bevatte die niet als afvalstof konden worden beschouwd.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het hof een te beperkte uitleg hanteerde van het begrip 'afvalstof'. Volgens de Hoge Raad is bepalend of de houder zich van de stof of het voorwerp ontdoet of voornemens is zich daarvan te ontdoen, ongeacht de marktwaarde of bruikbaarheid van de producten. Het hof had onvoldoende onderzocht of de producten zonder verdere voorbehandeling konden worden hergebruikt.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling op basis van een juiste uitleg van het begrip afvalstof. Hiermee wordt beoogd dat de zaak opnieuw wordt behandeld met inachtneming van de juiste juridische kaders en jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.