Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
2 juli 2013.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 2 juli 2013 het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 22 juni 2012. Het beroep was ingesteld door de verdachte en werd ondersteund door zijn advocaten.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en N. Jörg, en uitgesproken in openbare terechtzitting. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Arnhem in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem blijft in stand.