Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
22 november 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen van 1980 tot 2005. De zaak betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap na ontbinding. De man stelde een schuld aan zijn zuster uit een lening voor de aankoop van de woning, die deel zou moeten uitmaken van de gemeenschap. De vrouw betwistte dit.
De rechtbank stelde de verdeling vast en het hof bekrachtigde dit, waarbij het bewijsaanbod van de man om zichzelf en zijn zuster te horen werd gepasseerd. Het hof vond dat de man niet had aangetoond dat de schuld nog bestond en dat hij onvoldoende bewijs had geleverd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte het bewijsaanbod had gepasseerd zonder te overwegen dat het aanbod ter zake dienend was. Het hof had onterecht een onjuiste rechtsopvatting toegepast. Daarom werd het arrest vernietigd en verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. De overige klachten werden niet behandeld omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid bevatten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.