Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
2 juli 2013.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De advocaat van verdachte heeft een middel van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft schriftelijk geadviseerd het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).
De Hoge Raad heeft beoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien deze overwegingen en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 2 juli 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard op grond van art. 80a RO.