Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvrage tot herziening
3.Beoordeling van de aanvrage
4.Beslissing
19 november 2013.
Hoge Raad
De aanvrager heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit vonnis betrof een veroordeling wegens verduistering en diefstal met braak, met een gevangenisstraf van dertig maanden.
De Hoge Raad beoordeelde de bevoegdheid om van de herzieningsaanvraag kennis te nemen en stelde vast dat volgens het Wetboek van Strafvordering voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba de herzieningsaanvraag bij het Gemeenschappelijk Hof moet worden ingediend. De Hoge Raad is daarom onbevoegd om de aanvraag te behandelen.
De Hoge Raad besloot de stukken door te zenden aan de Griffier van het Gemeenschappelijk Hof voor verdere behandeling. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, waarbij twee raadsheren niet in staat waren het arrest te ondertekenen.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart zich onbevoegd en zendt herzieningsaanvraag door naar het Gemeenschappelijk Hof.