Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
19 november 2013.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld wegens het zonder schriftelijke toestemming aanbieden van taxidiensten op het luchtvaartterrein van Schiphol, gekwalificeerd als overtreding van art. 2, derde lid, onder a, van het Aanvullend luchthavenreglement. Dit reglement stelde venten en colporteren strafbaar in hoofdstuk VIIa.
Echter, met ingang van 1 november 2009 is hoofdstuk VIIa van het Aanvullend luchthavenreglement komen te vervallen en is overtreding van art. 2.3 niet elders strafbaar gesteld. Ten tijde van het feit, gepleegd op 25 mei 2010, was het dus niet strafbaar om zonder toestemming op het terrein diensten aan te bieden.
De Hoge Raad oordeelt dat het bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert en vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam. De Hoge Raad ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging wegens het ontbreken van strafbaarheid.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 19 november 2013.
Uitkomst: De verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het bewezenverklaarde feit geen strafbaar feit oplevert.