Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:1269

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2013
Publicatiedatum
15 november 2013
Zaaknummer
12/05500
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 Wet IB 1964Art. 3.146 Wet IB 2001Art. 13a Wet LB 1964Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt belastingheffing op gereserveerde bonussen door werknemer

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam dat een uitspraak van de Rechtbank Haarlem bevestigde over de inhouding van loonbelasting en premie volksverzekeringen op gereserveerde bonussen.

De zaak betrof de vraag of gereserveerde bonussen genoten door een werknemer (niet DGA) in het jaar van uitbetaling belastbaar zijn. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.

De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat de middelen niet leiden tot cassatie, mede omdat er geen rechtsvragen waren die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd op 22 november 2013 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de belastingheffing op gereserveerde bonussen bevestigd.

Uitspraak

22 november 2013
nr. 12/05500
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 18 oktober 2012, nrs. 11/00364 en 11/00390, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 09/2228) betreffende een ingehouden bedrag aan loonbelasting/premie volksverzekeringen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 10 juli 2013 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. onderdeel 6 van de conclusie van de Advocaat‑Generaal).

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2013.
.