Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
is van dit vonnis in hoger beroep gegaan.
4.Beslissing
15 november 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een civiel proces waarin eiseres tegen Ohra Schadeverzekeringen een vordering had ingesteld die door de rechtbank was afgewezen. In hoger beroep werd het beroep verworpen omdat geen gronden voor het hoger beroep waren aangevoerd. Tijdens de procedure onttrok de procesvertegenwoordiger van eiseres zich op de dag dat een akte van niet-dienen was aangezegd. Een nieuwe advocaat stelde zich pas twee weken later aan.
Het hof verleende vervolgens de akte van niet-dienen en weigerde de memorie van grieven, terwijl volgens het Landelijk procesreglement (Lpr) bij onttrekking van een advocaat de zaak twee weken wordt aangehouden voor het aanstellen van een nieuwe advocaat. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet bevoegd was de akte van niet-dienen te verlenen zonder bijzondere omstandigheden, die niet waren vermeld.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing. De kosten van cassatie werden voorlopig gereserveerd. Dit arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Loth en Polak.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak terug voor verdere behandeling wegens onjuiste toepassing akte van niet-dienen.