Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
5 november 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin de aanvraagster werd veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten, in strijd met de Opiumwet.
De Hoge Raad beoordeelde of nieuwe feiten, bestaande uit foto's en gespreksverslagen, die niet tijdens het eerdere onderzoek bekend waren, een ernstig vermoeden konden wekken dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en daardoor tot vrijspraak of bewijsuitsluiting zou leiden.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde nieuwe feiten onvoldoende concreet en onderbouwd waren. De foto's waren ongedateerd en nietszeggend, en de gespreksverslagen gaven onvoldoende duidelijkheid over de identiteit van de deelnemers. Hierdoor kon geen ernstig vermoeden worden gewekt dat het eerdere oordeel onjuist was.
Daarom wees de Hoge Raad de aanvraag tot herziening af en bevestigde het arrest van het Gerechtshof, waarbij de aanvraagster was veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee voorwaardelijk.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren, waarbij twee raadsheren niet konden tekenen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling tot vier maanden gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk.