Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
2 juli 2013.
Hoge Raad
De verdachte heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 juli 2011. Het cassatieberoep is ingediend door de raadsman van de verdachte, mr. M. Amrani. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof bevestigd. De uitspraak is gedaan door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Schnetz, tijdens een openbare terechtzitting op 2 juli 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.