Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
1 november 2013.
Hoge Raad
In deze zaak stond een verzoek tot ontslag van een medebewindvoerder en de benoeming van een nieuwe medebewindvoerder onder beschermingsbewind voor een meerderjarige centraal. De kantonrechter te Nijmegen had eerder een beschikking genomen, gevolgd door een beschikking van het gerechtshof Arnhem.
Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het hof, waarbij verweerders verzochten het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.
De uitspraak werd gedaan door een kamer van drie raadsheren onder voorzitterschap van A.M.J. van Buchem-Spapens en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.A. Loth op 1 november 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot ontslag van de medebewindvoerder en benoeming van een nieuwe medebewindvoerder wordt afgewezen.