Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
wonende te [woonplaats], Curaçao,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
1 november 2013.
Hoge Raad
In deze zaak stond de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen verzoekster en een advocaat-stagiaire centraal, evenals de uitleg van het studiekostenbeding dat aan de overeenkomst was verbonden. Verzoekster had tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch beroep in cassatie ingesteld, waarbij zij onder meer de uitleg van het studiekostenbeding betwistte.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de kantonrechter te Maastricht en het arrest van het hof, die het geschil in feitelijke instanties hebben behandeld. De advocaat van verzoekster heeft gereageerd op de conclusie van de Advocaat-Generaal, die tot verwerping van het cassatieberoep strekte.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen en verzoekster wordt in de kosten van het cassatiegeding veroordeeld, die aan de zijde van verweerder nihil worden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.