Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
1 november 2013.
Hoge Raad
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de huurder toerekenbaar tekort was geschoten in zijn verplichting tot teruggave van gehuurde geluidsapparatuur die was gestolen. De zaak werd behandeld door de kantonrechter en het gerechtshof, waarna beroep in cassatie werd ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van lagere instanties en bevestigt dat op grond van artikel 7:224 en Pro 6:75 BW geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de huurder. Tevens wordt de bewijskracht van partijgetuigenverklaringen volgens artikel 164 lid 2 Rv Pro besproken.
Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad veroordeelt verzoeker in de kosten van het cassatiegeding, die nihil worden begroot aan de zijde van verweerder.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen; er is geen toerekenbare tekortkoming van de huurder.