ECLI:NL:HR:2013:1080

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 november 2013
Publicatiedatum
31 oktober 2013
Zaaknummer
12/04508
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:224 BWArt. 6:75 BWArt. 164 lid 2 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geen toerekenbare tekortkoming bij diefstal gehuurde geluidsapparatuur

In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de huurder toerekenbaar tekort was geschoten in zijn verplichting tot teruggave van gehuurde geluidsapparatuur die was gestolen. De zaak werd behandeld door de kantonrechter en het gerechtshof, waarna beroep in cassatie werd ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van lagere instanties en bevestigt dat op grond van artikel 7:224 en Pro 6:75 BW geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de huurder. Tevens wordt de bewijskracht van partijgetuigenverklaringen volgens artikel 164 lid 2 Rv Pro besproken.

Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad veroordeelt verzoeker in de kosten van het cassatiegeding, die nihil worden begroot aan de zijde van verweerder.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen; er is geen toerekenbare tekortkoming van de huurder.

Uitspraak

1 november 2013
Eerste Kamer
nr. 12/04508
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker] tevens handelend onder de naam BANG BANG SYSTEMS,
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 643868 UC EXPL 09-12326 van de kantonrechter te Utrecht van 14 oktober 2009, 18 november 2009 en 2 december 2009;
b. de arresten in de zaak 200.054.820 van het gerechtshof te Amsterdam van 18 januari 2011, 12 april 2011 en 29 mei 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 18 januari 2011, 12 april 2011 en 29 mei 2012 heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E. Rank-Berenschot strekt verwerping.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 27 september 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren M.A. Loth, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
1 november 2013.