ECLI:NL:HR:2013:1049

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 oktober 2013
Publicatiedatum
25 oktober 2013
Zaaknummer
12/02858
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingaanslagenzaak

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 26 april 2012, waarin belastingaanslagen over meerdere jaren en navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting werden bevestigd. De zaak betrof aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, vermogensbelasting, boetebeschikkingen en heffingsrente over de jaren 1990 tot en met 2001.

De Hoge Raad ontving de middelen van belanghebbende en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën. Na bestudering oordeelde de Hoge Raad dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die relevant waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en verklaarde het ongegrond. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld op 25 oktober 2013.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.

Uitspraak

25 oktober 2013
nr. 12/02858
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Leeuwardenvan 26 april 2012, nrs. 10/00116 tot en met 10/00134, betreffende de aan belanghebbende over de jaren 1990 tot en met 1996 en 1998 tot en met 2001 opgelegde belastingaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de over de jaren 1992 tot en met 1997, 1999 en 2000 opgelegde navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting, de daarbij gegeven beschikkingen inzake een verhoging dan wel boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2013.