Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats], Filippijnen,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
25 oktober 2013.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van het gerechtshof te ’s-Gravenhage inzake de vaststelling van vaderschap en erkenning naar Filippijns recht. De verzoekster had beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van het hof, dat haar vordering had afgewezen.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van de rechtbank en het hof en stelt vast dat de aangevoerde klachten in het cassatiemiddel niet leiden tot cassatie. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het arrest bevestigt dat bij vaststelling van vaderschap in internationale situaties, erkenning naar buitenlands recht en de aanwezigheid van een nauwe persoonlijke band, zoals bedoeld in artikel 1:204 lid 1 onder Pro e BW, centraal staan. De Hoge Raad bekrachtigt het oordeel van het hof en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt de beschikking van het hof.