Uitspraak
wonende te [woonplaats],
zetelende te Rotterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
Hij overwoog dat het gaat om een vordering tot nakoming van een (schadevergoedings)verbintenis die op grond van art. 7:683 BW Pro verjaart na zes maanden en die valt onder de werking van art. 3:317 lid 1 BW Pro. De kantonrechter overwoog vervolgens dat ook indien de door [eiser] overgelegde brieven de verjaring van zijn vordering al hadden gestuit, de vordering vervolgens toch is verjaard, nu [eiser] meer dan zes maanden na de laatste brief kennelijk geen stuitingshandeling meer heeft verricht.
4.Beslissing
25 oktober 2013.