Uitspraak
wonende te [woonplaats],
zetelende te Arnhem,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
12 juli 2013.
Hoge Raad
In deze zaak vordert eiser cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem dat de provincie Gelderland aansprakelijk stelde voor letselschade veroorzaakt door een afgescheurde boomtak. Eiser stelt dat de provincie niet tekort is geschoten in haar zorgplicht en betwist de toepassing van de onrechtmatige overheidsdaad.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en overweegt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en wordt de aansprakelijkheid van de provincie bevestigd.
De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aansprakelijkheid van de provincie Gelderland blijft gehandhaafd.