ECLI:NL:HR:2012:BY8105

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00801
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.35 Wet IB 2001Art. 6.38 Wet IB 2001
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling aftrekbaarheid periodieke schenking bij overlijden schenker en nalatenschap

In deze zaak staat centraal de vraag of periodieke schenkingen, die zijn vastgelegd in een notariële akte en waarvan de schenker is overleden, aftrekbaar zijn voor de erfgenamen die de verplichtingen uit de nalatenschap voortzetten.

De moeder van belanghebbende had een aanspraak op jaarlijkse overdracht van certificaten van aandelen aan een stichting, afhankelijk van haar leven en dat van een zoon, met een einddatum in 2005. Na haar overlijden in 2002 is belanghebbende voor 17/100e gerechtigd tot de nalatenschap, inclusief de verplichting tot uitkering van de resterende termijnen en betaling van de aanslag in het recht van schenking.

De tweede uitkering vond niet in 2002 plaats maar in 2003, samen met de derde termijn. Belanghebbende bracht deze termijnen en de aanslag in het recht van schenking als aftrekbare giften in mindering op zijn belastbare inkomen. Rechtbank wees het beroep af, Hof stelde dat toetsing van vrijgevigheid en vaste periodieke verstrekkingen plaatsvindt bij totstandkoming van de schenking en dat de tweede termijn in 2003 niet aftrekbaar was omdat deze in 2002 rentedragend werd.

De Hoge Raad bevestigt dat de verplichting tot periodieke uitkeringen, ook na overlijden van de schenker, blijft gelden en dat de erfgenamen de giftenaftrek kunnen toepassen voor hun aandeel in de nalatenschap. De betaling van de aanslag in het recht van schenking door de erfgenamen wordt niet als een nieuwe gift beschouwd.

De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het beroep in cassatie van de Staatssecretaris gegrond moet worden verklaard, waarmee de eerdere beslissing van het Hof wordt herzien.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard, waardoor de eerdere beslissing over de aftrekbaarheid van periodieke schenkingen en aanslag wordt herzien.

Uitspraak

Derde kamer - uitspraak volgt