ECLI:NL:HR:2012:BY6136

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00663
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 17 Rijkswet op het Nederlanderschap
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging formele rechtskracht intrekking naturalisatie staat in de weg aan vaststelling Nederlanderschap

In deze zaak stond de vraag centraal of de formele rechtskracht van een besluit tot intrekking van naturalisatie in de weg staat aan een verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap. Verzoeker, woonachtig in Engeland, had beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage die het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap afwees vanwege de eerdere intrekking van naturalisatie.

De Hoge Raad overwoog dat de klachten die in cassatie waren aangevoerd geen aanleiding gaven tot het beantwoorden van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist.

Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde daarmee de formele rechtskracht van het besluit tot intrekking van naturalisatie, waardoor vaststelling van het Nederlanderschap op grond van artikel 17 niet Pro mogelijk is. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp, Loth en uitgesproken door Van Oven.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de formele rechtskracht van het besluit tot intrekking van naturalisatie, waardoor vaststelling van het Nederlanderschap niet mogelijk is.

Uitspraak

14 december 2012
Eerste Kamer
12/00663
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende in Engeland,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. W.B. Teunis,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES, IMMIGRATIE- EN NATURALISATIEDIENST),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Staat.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 366428/HA RK 10-249 van de rechtbank 's-Gravenhage van 3 november 2011.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 december 2012.