ECLI:NL:HR:2012:BY5218
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 28 december 2010, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen.
Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. B.P.J. van Riel, stelde een middel van cassatie voor. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad overwoog dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Bij arrest van 18 december 2012 verwierp de Hoge Raad het beroep en bevestigde daarmee het oordeel van het gerechtshof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.